Facebook pixel

Tuinaannemers, waarvoor hebt u een vergunning nodig?


​Als tuinaannemer vertrekt u uiteraard vanuit de tuin zelf en maakt daar een ontwerp voor. Hou daarbij wel rekening met de verplichtingen die gelden voor bepaalde constructies bij uw klanten. We geven u hier een handig overzicht.

Particuliere tuinconstructies

  Er was een tijd dat voor elk gebouw(tje) een vergunning nodig was. Zelfs voor een gewone afsluiting was een bouwvergunning nodig. De wetgeving is op dat vlak gelukkig wat soepeler geworden. ‘Houten bijgebouwen’, zoals men tuinhuizen, poolhouses, carports en dergelijke kan noemen, zijn nu in veel gevallen vrijgesteld van vergunning. En ook de aanleg errond is gemakkelijker. Maar er zijn wel enkele punten waarmee we rekening moeten houden.

  Willen we binnen de vergunningenvrijstelling blijven? Dan is 40 m² de maximum grootte voor het nieuwe tuinhuis. En de maximale hoogte is drie meter. Ook de noodzakelijke verharding, zoals een tuinpad of een toegangsweg, mag dan zonder bouwvergunning aangelegd worden.

 

  Neigt het tuinhuisje eerder naar een poolhouse of komt er een terras of een zwembad bij? Dan mag de verharde oppervlakte maximum 80 m² zijn. Ook het zwembad telt mee in die oppervlakte. De toegangsweg wordt niet mee in rekening gebracht want die is noodzakelijk om op een normale manier tot aan het tuinhuis of zwembad te geraken.

Waar mag het tuinhuis staan?

  De wetgever wil dat bijgebouwen in de ‘nabijheid van de woning’ staan. Binnen een straal van 30 meter rond de woning bedoelt hij daarmee. Komt het tuinhuis dieper in de tuin te liggen, dan is een vergunning nodig. Het is maar de vraag of er een vergunning verleend zal worden. Zeker wanneer het perceel buiten de (planologische) zone van het woongebied ligt, is dat niet altijd even eenvoudig.

  En wat met de boom die net op de plaats staat waar het tuinhuis moet komen? Mag die zomaar geveld worden, zonder vergunning? Ja, als hij op maximaal 15 meter van de woning staat, in woongebied of agrarisch gebied en niet tot een bos behoort. Het gaat hier enkel om hoogstambomen, dit zijn bomen waarvan de stam op één meter hoogte een omtrek van minstens één meter heeft. Maar een beetje boom zit al snel in die categorie. En wanneer vormen bomen een bos of zijn het maar gewoon een paar bomen bij elkaar?

  We weten allemaal dat we voldoende afstand moeten respecteren tot de buur. Maar hoeveel is voldoende? Staat het bijgebouw in de zijtuin? Dan moet het minstens drie meter van de scheiding gebouwd worden. In de achtertuin is er maar één meter nodig. In de achtertuin mag men wel rechtstreeks tegen een bestaande scheidingsmuur aanbouwen. Wel opletten dat los- en toegangswegen vrij blijven natuurlijk. Dat wordt wel eens vergeten, zeker bij de bouw van een carport.

  Een bouwvallig gebouw slopen en op diezelfde plaats een nieuw tuinhuis bouwen? Dan mogen we dezelfde grootte aanhouden … op voorwaarde dat het eerste gebouw vergund was. Wordt het nieuwe tuinhuis groter dan 40 m², dan is er toch een nieuwe vergunning nodig.

  Hoe weten we of een gebouw wel of niet vergund is? In het gemeentehuis kunnen ze doorgaans perfect zeggen welke gebouwen op een terrein vergund zijn, en welke niet.

 

  Een aandachtspunt bij de afbraak: op veel bijgebouwen liggen nog asbesthoudende golfplaten. Voorzichtigheid is geboden. De asbestplaten mogen verwijderd worden door een geattesteerd aannemer of door de particulier zelf, als hij tenminste de nodige voorzorgsmaatregelen neemt. Het is aan te raden de materialen vochtig te maken en zo weinig mogelijk te breken. De platen worden ingepakt (draag handschoenen!) en afgevoerd naar het gemeentelijk containerpark.

Wat met het terras? En het zwembad met poolhouse?

  Dat wordt misschien te veel van het goede? De 40 m² die we mogen gebruiken voor bijgebouwen en die 80 m² voor (niet-noodzakelijke) verharding kunnen maar één keer ingevuld worden. Staat er al een serre van 20 m²? Dan zal het tuinhuis ook maximaal 20 m² groot mogen zijn. Tenzij er een vergunning gevraagd en verleend wordt natuurlijk.

Professioneel materiaal vraagt meer ruimte

  Met een groeiende markt, groeit ook de business van de tuinaannemer. Zijn gereedschap past al lang niet meer in een tuinhuis. Tijd voor een loods?

  Een gepaste loods is algauw heel wat vierkante meters groot. Het is snel duidelijk dat hiervoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Maar het is niet zeker dat die verleend wordt. De overheid wil namelijk dat de aannemer zich vestigt op een plaats waar hij thuis hoort. Ze kijkt daarbij naar de mogelijke hinder die de bedrijvigheid met zich mee brengt.

  De activiteiten verhuizen naar een andere locatie is soms een betere optie. Misschien naar een leegstaand bedrijf, geen bouwwerken en dus ook geen papierwinkel? Maar ook daar kan een vergunningsaanvraag nodig zijn, de functie van de bestaande gebouwen wijzigt en dat moet officieel geregistreerd worden.

 

  De loods en de bouwvergunning zijn in orde, the sky is the limit? Opgelet met wat er op de rest van het terrein nog gebeurt. We voorzien parkeerplaatsen voor de bouwkraan en het wagenpark. Kiezel, zand en klinkers liggen mooi op hoopjes gestockeerd, eventueel op een verharding. Er wordt een klein toonpark aangelegd. Een groot reclamebord wijst klanten de weg naar het bedrijf. In principe is ook voor deze voorzieningen een stedenbouwkundige vergunning nodig. De ligging van het bedrijf of eventuele verkavelingsvoorschriften kunnen de plannen dwarsbomen.

Hoezo hinder?

  De tuinaannemer gaat voor groen en probeert de tuin te integreren in de omgeving door gebruik te maken van natuurlijke materialen en streekeigen planten. Natuurvriendelijk. En milieubewust?

  De voertuigen die gestald en eventueel afgespoten worden, opgeslagen meststoffen, de mazouttank met pomp, … vormen een potentieel risico voor het milieu. Met de nodige voorzorgen beperken we de hinder tot een minimum. Hoe we dit juist aanpakken laten we via een meldingsformulier aan de gemeente weten. Wordt het allemaal iets grootschaliger? Dan moeten we een milieuvergunning aanvragen. Voorzien we bijvoorbeeld een put voor het oppompen van grondwater? Dan zal uit de vergunningsaanvraag moeten blijken dat deze reglementair aangelegd werd.

 

  In een natuurvriendelijk en milieubewust plaatje past zeker het composteren van groenafval en GFT. Of toch niet helemaal? Een tuinaannemer die vanuit verschillende plaatsen groenafval aanvoert, dit op zijn bedrijf composteert om nadien bij zijn klanten te gebruiken … die doet volgens de overheid aan opslaan en behandelen van afvalstoffen. Zelfs bij hoeveelheden kleiner dan 25m³ moet hiervan melding gemaakt worden bij de gemeente. Composteren we meer dan 25m³ dan moeten we de activiteit mee opnemen in de milieuvergunningsaanvraag, met bespreking van de bijhorende maatregelen natuurlijk.

Mijn grond, uw grond, onze grond

  Met grotere tuinprojecten gaan vaak serieuze grondwerken gepaard. Een zwembad, regenwaterput of vijver uitgraven, nivelleren van het terrein en grond afschrapen waar we tuinpaden, oprit en terras aanleggen. Gaat dit over meer dan 250m³? Dan is er een technisch verslag nodig. Op basis van een grondboring en een bodemstaal geeft dit rapport informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de grond. Gebeuren de grondwerken op een terrein met een mogelijke verontreiniging (er stond bijvoorbeeld een mazouttank), dan is er ook voor minder dan 250m³ grondverzet een technisch verslag nodig.

  Vaak vindt de uitgegraven grond zijn weg naar het bedrijf van de tuinaannemer. We voeren kleine hoopjes grond aan hergebruiken ze weer in een andere tuin. En in tussentijd stockeren we de grond op het bedrijf. Maar vele kleintjes maken een groot. En ook wij hebben een technisch verslag nodig zodra de samengestelde hoop groter wordt dan 250m³.

 

  ‘Een tuin is keihard genieten’. Maar eerst is het keihard werken … met aandacht voor de regeltjes. Op voorhand goed informeren is dus de boodschap.

  Dit artikel verscheen in CG Concept en werd geschreven door Profex.

Blijf op de hoogte! Schrijf u in voor onze nieuwsbrief.