Facebook pixel

Waar hoort uw tuinaanlegbedrijf thuis?


​In dit artikel geven we u een overzicht van de mogelijkheden.

Bestemming van een perceel

  Sinds de jaren ’70 legt het gewestplan de bestemming van een gebied vast. Stap voor stap wordt het gewestplan nu vervangen door Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s). De plannen bepalen welke zones bestemd zijn voor landbouw, bedrijvigheid, natuur, bos…En aan al deze bestemmingen zijn specifieke stedenbouwkundige voorschriften gekoppeld.

  Op de website van AGIV kan u nagaan wat de bestemming is van uw perceel. Maar wat betekent dit nu eigenlijk voor uw tuinaanlegbedrijf? En wat zijn de gevolgen wanneer uw bedrijf in een ‘verkeerd’ gebied blijkt te liggen? We overlopen de mogelijkheden voor het woongebied en het agrarisch gebied.

Kleinschalige nieuwbouw in woongebied

  De woongebieden zijn natuurlijk bestemd voor wonen. Maar naast de woonfunctie zijn in deze gebieden ook andere activiteiten toegelaten zoals handel, horeca en dienstverlening. In principe past een tuinaanlegbedrijf dus in het woongebied. Maar verkavelingsplannen en plannen van aanleg kunnen lokaal de mogelijkheden beperken.

  Stel: uw tuinaanlegactiviteiten zijn gestaag gegroeid en u heeft extra ruimte nodig. U beslist naast uw woning een opslagplaats te bouwen. Kan u op uw perceel in het woongebied uw plannen realiseren?

  Zet u een beperkt bijgebouw tot 40m²? Dan komt u in aanmerking voor een vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunningsplicht, in theorie mag dit dus zonder stedenbouwkundige vergunning. Heeft u in het verleden echter al een tuinhuis, zwembad of poolhouse gezet? Of bouwt u meteen een ruimere loods of voorziet u verhardingen als parking of opslagplaats van bouwmaterialen? Dan moet u bij de gemeente een vergunning aanvragen.

  Bij de beoordeling van uw vergunningsdossier, kijkt de overheid of uw aanvraag in overeenstemming is met de ‘goede ruimtelijke ordening’. Past de functie van het gebouw bij de activiteiten van uw buren? Mag de buurt extra transport verwachten en is de straat hierop voorzien? Past de uitvoering van het gebouw in de omgeving? Is er voldoende respect voor de aangrenzende eigendommen (lichtinval, inkijk,…)?

  Kleinschalige projecten hebben een beperkte impact en dus meer kans op een gunstige beoordeling.

  Grotere werken zijn moelijker in te passen in de onmiddellijke omgeving. Ze worden uitgebreid beoordeeld op vlak van inplanting, reliëf, bodemgesteldheid, bouwvolume en uiterlijk.

  Ook de milieufactoren worden bekeken en dus moet er mogelijks een melding of milieuvergunningsaanvraag gebeuren.

 

  De uitvoering van uw gebouw wordt ook getoetst aan een aantal verordeningen. Hierin staan bijkomende regels over de manier waarop gebouwd mag worden. Het gemeentebestuur kan u vertellen welke voorschriften van toepassing zijn op uw perceel. Zij weet tevens of er nog plannen in opmaak zijn.

Een bestaand gebouw in woongebied

  U neemt een bestaand gebouw in woongebied in gebruik voor uw tuinaanlegactiviteit? Tenzij er ook een tuinaanlegbedrijf in huisde, wijzigt u de functie van het gebouw. Voor deze functiewijziging is een stedenbouwkundige vergunning nodig, ongeacht of er werken uitgevoerd worden. Blijft wonen echter de hoofdfunctie en neemt de tuinaanlegactiviteit een geringere oppervlakte in? Dan bent u vrijgesteld van deze vergunningsplicht.

Een aan de landbouw verwant bedrijf

  Het agrarisch gebied is bestemd voor de beroepslandbouw. Maar ook aan de landbouw verwante bedrijven zijn toegelaten en zijn hier dus zone-eigen.

  Uw tuinaanlegbedrijf is zone-eigen als u planten of bomen kweekt of conditioneert op een oppervlakte van minimum 50 are. Conditioneren van bomen of planten? Hieronder verstaat de overheid het klaarmaken (in ruime zin) van planten om te gebruiken bij de aanleg van een tuin.

  U kan dus terecht in het agrarisch gebied, maar de voorwaarde is dat u zich vestigt in bestaande landbouwbedrijven. Het basisprincipe is dat de ‘open ruimte’ zo veel als mogelijk behouden blijft. Een nieuw inplanting op een onbebouwd perceel is dus uit den boze.

  U vestigt uw zone-eigen tuinaanlegbedrijf in een vrijgekomen landbouwbedrijf? Dan is een uitbreiding met een bijkomende loods mogelijk in de onmiddellijke omgeving van de bestaande gebouwen. Bij een aanvraag tot uitbreiding gaat de overheid na of de nieuwe constructie daadwerkelijk nodig is voor de uitbating van het bedrijf. U mag immers enkel bouwen wat strikt noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering.

  Ook in het agrarisch gebied moet een stedenbouwkundige aanvraag in overeenstemming zijn met de goede ruimtelijke ordening. Is de inplanting van het nieuwe gebouw, de omvang, aard en hinder verenigbaar met de omgeving? Hierbij hecht de overheid veel belang aan een goede integratie. Is er voldoende respect voor het karakter van het bedrijf? Voorziet u bedrijfsbeplanting? Integreert u de nieuwbouw in het omliggende landschap?

 

  En vergeet ook hier de milieuvergunning niet. Deze is immers gekoppeld aan de bouwvergunning. Heeft u een milieuvergunning nodig en vraagt of krijgt u ze niet? Dan is ook de stedenbouwkundige vergunning niet geldig!

Woning in agrarisch gebied

  De woning bij een aan de landbouw verwant bedrijf beschouwt men als zonevreemd. U mag het gebouw aanpassen volgens de regels voor zonevreemde woningen. Zo mag u verbouwen, herbouwen en zelfs uitbreiden tot een maximaal volume van 1.000 m³.

  Een nieuwe bedrijfswoning is enkel toegelaten als uw teeltactiviteit volwaardig en leefbaar is. U moet dus meer dan halftijds bezig zijn met het kweken van bomen en planten. Hieruit moet u ook een arbeidsinkomen halen dat groter is dan een referentie die jaarlijks vastgelegd wordt door de minister van landbouw.

  Is landbouw uw hoofdactiviteit en is tuinaanleg slechts ondergeschikt? Dan passen uw activiteiten in het agrarisch gebied en heeft u meer mogelijkheden.

Zonevreemd in agrarisch gebied

  En als u geen planten of bomen kweekt? Of u heeft hiervoor minder dan 50 are in gebruik? Dan ligt uw tuinaanlegbedrijf in het agrarisch gebied zonevreemd. Maar laat dat u niet tegenhouden, zelfs voor zonevreemde bedrijven zijn er een aantal mogelijkheden.

  Koopt u een bestaand gebouwencomplex dat vergund en niet verkrot is? En ligt dit aan een voldoende uitgeruste weg? Dan kan u een stedenbouwkundige aanvraag indienen om de functie van deze gebouwen te wijzigen. Hiervoor moet het gebouw ook bouwfysisch geschikt zijn. Dat wil zeggen dat er geen ingrijpende werken nodig zijn en de bestaande gebouwen met beperkte ingrepen geschikt zijn voor de nieuwe uitbating.

  Op zonevreemde bedrijven is het toegelaten de constructies te ver- en herbouwen. Uitbreidingen zijn slechts mogelijk omwille van milieu-, gezondheids- of arbeidsredenen. Een uitbreiding in functie van de tuinaanlegactiviteit is niet mogelijk.

  Een bestaande woning ligt hier ook zonevreemd maar mag verbouwd, herbouwd of uitgebreid worden. En als er nog geen woning staat? Dan kan u pas een woning aanvragen op het moment dat het kweken van bomen en planten een volwaardige en leefbare hoofdactiviteit geworden is.

 

  Zowel in het woongebied als het agrarisch gebied zijn er dus mogelijkheden voor een tuinaanlegbedrijf. Informeer u op voorhand zeker over de ruimtelijke bestemming van uw perceel. Lokaal kan een gebied een bijzondere ecologische, culturele of historische waarde hebben die alsnog invloed heeft op uw plannen.

  Dit artikel verscheen oorspronkelijk in CG Concept en werd geschreven door Carl De Braeckeleer

Blijf op de hoogte! Schrijf u in voor onze nieuwsbrief.