Facebook pixel

Wat betekenen MER, ontheffing en MER-screening voor uw nieuw project?


Wetgeving

In aprli 2013 werd er een aanpassing in de MER-wetgeving (milieu-effectrapportage-wetgeving) doorgevoerd. Aan bijna elke milieu- of stedenbouwkundige aanvraag moet nu een screening toegevoegd worden. In deze screening toont de initiatiefnemer aan dat zijn project geen aanzienlijke gevolgen zal hebben voor mens en milieu, en dat de opmaak van een milieu-effectrapport (MER) niet vereist is. De MER-screening is een afzonderlijk document, waarin wel verwezen wordt naar de stedenbouwkundige en milieuvergunningsaanvraag, waarbij de screening hoort. Deze screening wordt ook aan de stedenbouwkundige en de milieuvergunningsaanvraag van het dossier toegevoegd.

Deze aanpassing van de wetgeving bereidt de komst van de omgevingsvergunning voor. In deze omgevingsvergunning zullen milieu- en bouwdossier gekoppeld worden. De MER-screening wordt dan toegevoegd aan de aanvraag van de omgevingsvergunning.

Eenvoudig stappenplan

In de MER-wetgeving zijn drie bijlagen opgenomen. Bijlage 1 is de zwaarste. Is het project in te delen in één van de categorieën in Bijlage I van het project-MER-besluit van 2004, dan moet je een MER opmaken voor het project. Het MER-dossier voeg je vervolgens toe aan de stedenbouwkundige en de milieuvergunningsaanvraag.

Komt het project voor in de Bijlage II van het project-MER-besluit, dan kan je een ontheffing van de MER-plicht aanvragen. In een rapport motiveer je waarom de effecten van het project niet van die mate zijn, dat een MER vereist is. Zowel een MER als een ontheffing worden opgemaakt door een studiebureau en door erkende MER-deskundigen. Zo kunnen projecten als ontbossing, stadsontwikkelingsprojecten, de aanleg van vakantiedorpen en de aanleg van een golfterrein onder de Bijlage II vallen en kan een ontheffing van de MER-plicht nodig zijn.

Is het project echter opgenomen in Bijlage III van het project-MER-besluit, dan kan je via een MER-screening aantonen dat er geen MER vereist is voor het project. In deze screening wordt een samenvatting gegeven van de aard van het project, de ligging en de mogelijke effecten. De screening hoeft niet door een studiebureau en/of (erkende) deskundigen opgemaakt te zijn maar het is wel aangewezen. De initiatiefnemer kan er echter voor kiezen dit zelf op te maken, indien hij zich daartoe in staat acht uiteraard. Op basis van de screening wordt dan beslist of een MER nodig is.

Enkele voorbeelden van projecten in Bijlage III

De bouw van serviceflats, de aanleg van een cultureel centrum of een tentoonstellingsruimte, de aanleg van parkeergarages of een ondergronds parkeerterrein maken deel uit van Bijlage III. Een project-MER-screening is dus nodig. Samengevat vallen alle stadsontwikkelingsprojecten onder deze Bijlage, ongeacht of het project al dan niet in een stedelijke omgeving gelegen is. Woonontwikkelingen, ziekenhuizen, universiteiten, sportstadions, bioscoopzalen, theaterzalen en busstelplaatsen zijn voorbeelden van stadsontwikkelingsprojecten.

Wat houdt zo’n project-MER-screening in?

 In de screening doet de opsteller uitspraak over onder meer de thema’s:

  • water
  • geluidsemissies
  • mobiliteit
  • lichtemissie
  • de effecten op het landschap (visuele impact), het onroerend erfgoed en de natuur

Stadsontwikkelingsprojecten gaan veelal samen met een goed uitgewerkte landschappelijke integratie en het voorzien van groenelementen. Deze aspecten worden gunstig beoordeeld. Zo kan een project bestaande erfgoedelementen positief benadrukken of zal het voorzien van een bloemenveld met veel nectarplanten de aanwezigheid van bijen en vlinders bevorderen. Ook kan de architecturale uitvoering van het project en het passend voorzien van groenelementen, zoals hagen en bomenrijen, bepaalde effecten die verbonden zijn aan het project, milderen. Een goed uitgebouwd groenscherm vangt bijvoorbeeld stof op van verkeersemissies en remt de verspreiding van geluid af.

De vergunningverlenende overheid moet alle relevante info over het project terugvinden in de screening. Een goed onderbouwd rapport heeft dus de meeste kans op slagen. Voorafgaand overleg met de administraties is belangrijk. Zo kan je rekening houden met de noden van de omgeving en deze integreren in het project. Ligt het project bijvoorbeeld vlakbij een natuurreservaat, dan is overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen. Is er een passende beoordeling nodig, dan moet deze als bijlage bij de screening gevoegd worden. Ook alle andere verplichte studies zoals een mobiliteitstoets, een geuronderzoek, een watertoets, worden opgenomen in het screeningsrapport. Een goed doordachte MER-screening is dus onontbeerlijk voor een vlotte afhandeling van de verschillende vergunningentrajecten.

Een overzicht van de bijlages van het MER-besluit, vindt u via EMIS.

Blijf op de hoogte! Schrijf u in voor onze nieuwsbrief.